Tekstschrijver word je niet. Tekstschrijver ben je

Hoe word je tekstschrijver? En: hoe is het om tekstschrijver te zijn? Of ik daar wat over wilde vertellen aan een groep Amsterdamse masterstudenten. En zo ging ik terug naar de universiteit. In mijn persoonlijke jaarverslag over 2016 scoort die bijeenkomst hoog.

Hartje stad, een betonnen jaren 70-complex, gangen waar het krioelt van studenten en dan zo’n (sorry UvA) obscuur zaaltje zonder ramen, volgepropt met tafels en stoelen. Ik ging terug naar mijn studententijd. Dat was best confronterend. Lees verder

Het keurslijf van officiële spelling

stekelige-sterHet is weer december, de maand van het Groot Dictee der Nederlandse taal; spellingmaand. Bij mijn werk als tekstschrijver heb ik me natuurlijk altijd netjes aan de officiële spelling gehouden. Tegelijk heb ik altijd gedacht dat die officiële spelling een onding was. Ten eerste omdat het zo’n streng systeem is; ten tweede omdat zo veel mensen er fouten tegen maken. Maar aan die mening heb je weinig als je een opdracht uitvoert.

Zit het nu muurvast, die spelling? En wordt het Groot Dictee van deze week weer een foutenfestijn, waar zelfs de winnaar misschien wel meer dan tien fouten maakt? Het zou zo maar kunnen.

Lees verder

Working Apart Together: samenwerken op afstand

Succesvol samenwerken op afstand

We vierden het met een feestelijk etentje in de Utrechtse binnenstad: het succes van onze samenwerking. Met vier zelfstandig tekstschrijvers klaarden we in zeer korte tijd een megaklus: bijna driehonderd wervende locatiebeschrijvingen voor de nieuwe website van een kinderopvangorganisatie. De samenwerking ontstond ad hoc, maar smaakt naar meer. Hoe pakten we het aan? Zes tips voor succesvol samenwerken op afstand.

Lees verder

Onbedoeld visserslatijn

visIn de jaren zeventig zong het beroemde Nederlandse cabaret Farce majeur: ‘Ziet u het nu nog zitten, kunt u er nou nog bij. Kunt u het nou nog volgen, dan kunt u meer dan wij.’ Het ging om onbegrijpelijke zaken in onze samenleving. Dat schoot mij te binnen toen ik een folder van stichting Vissenbescherming onder ogen kreeg, met een tekst die taalkundig faalt door gebrekkige zinsbouw.

Ik heb niets met sportvissen en begrijp niet dat zo’n 800.000 mannen en vrouwen met hengels en hightechapparatuur dieren martelen. Vissen voelen aantoonbaar angst en een vorm van pijn. Weg dus met de sportvisserij! Gelukkig sta ik daarin niet alleen. Stichting Vissenbescherming heeft een folder uitgebracht om de vangst van karpers te beperken of te verbieden. Hulde! … of toch niet? Lees verder